Waarschuwing

Laden XML bestand mislukt

Comment not terminated

Hervormingen op het Hongaarse platteland

Water halen bij de pomp - Foto: Lodewijk SmoorDonderdag 25 oktober 2007 - De stad Boedapest is voor Hongarije een waterhoofd waar socialistische en liberale krachten de politiek domineren. De tegenstelling met de overwegend christelijke en conservatieve bevolking van het Hongaarse platteland speelt een rol bij de hervormingen die vorig jaar tot hevige rellen in de hoofdstad leidden. Lodewijk Smoor onderzocht de ontwikkelingen op het Hongaarse platteland.

Het vergeten platteland
Nóra (24), Mária (22) en Bernadett (22) zijn alledrie student aan de katholieke Péter Pázmány universiteit in Piliscsaba (PPKE). Ze luisteren naar Engelse of Spaanse muziek en hun studieprogramma, bestaande uit vreemde talen en vakken als media, Europese geschiedenis en logica, verschilt niet veel van dat van leeftijdsgenoten in West-Europa. Nog nooit waren binnen Europa de verschillen in toekomstmogelijkheden zo klein en toch is er iets dat hen tegenhoudt de kansen net zo volledig te benutten als hun collega-studenten in West-Europa. 
Zoals in veel Midden-Europese landen is ook hier de jongere generatie innerlijk gespleten: enerzijds creatief in het benutten van nieuwe mogelijkheden en geïnteresseerd in de buitenwereld, anderzijds nog volop bezig zich te ontworstelen aan de banden met ouders en grootouders die in het geval van veel studenten aan de PPKE in dorpen met hoogstens 5.000 inwoners wonen. In deze dorpen bestaat een gemeenschappelijk beeld van de buitenwereld en zijn de toekomstperspectieven overzichtelijk. Zo is er niets dat Mária belette om net als haar familie het boerenbedrijf in te gaan in haar dorp Bölcske. In het post-communistische Hongarije staan dit soort vanzelfsprekendheden echter onder druk als gevolg van de politieke en sociale veranderingen die het traditionele leven lijken te verzwelgen.

De PPKE, waar Nóra, Mária en Bernadett door de week samen komen, is een idyllische campus-universiteit, net buiten Boedapest. Deze universiteit trekt bijna alleen studenten uit dorpen en kleinere plaatsen rond Boedapest en is daardoor een aardige spiegel voor de post-communistische ontwikkelingen op het vergeten platteland. De PPKE werd kort na 1989 opgericht toen het na veertig jaar communisme mogelijk werd onderwijs op confessionele basis te organiseren. De universiteit profileert zich met name met zijn gerenommeerde faculteit rechten en brede geesteswetenschappen. In de brei van Hongaarse universiteiten – het land kent er meer dan 24 – staat de PPKE goed aangeschreven.

Het Stephaneum - Foto: Lodewijk SmoorDe instelling is op traditioneel katholieke leest geschoeid. Vakken over het Christendom zijn voor iedereen verplicht en Nóra, Mária en Bernadett wonen gescheiden van de mannelijke studenten. Ze zijn gehuisvest in driepersoonskamers in een studentencomplex waar mannelijk bezoek niet verder komt dan de onvermijdelijke portier, uiteraard een vrouw. Deze conservatieve aanpak steekt schril af bij de seculiere, liberale uitgangspunten van de socialistische regering van premier Gyurcsány. Ook in de architectuur van de universiteit is dit conservatisme terug te vinden. In het hoofdgebouw van de universiteit is door architect Imre Makovecz het Hongaarse symbool de Stefanskroon verwerkt, zij het op een verrassend moderne manier.

De katholieke grondslag van de PPKE past goed bij het conservatieve platteland van Hongarije waar kerkbezoek op zondag een normaal verschijnsel is. Deze situatie contrasteert sterk met het zich snel ontkerkelijkende en libertaire Boedapest, dat politiek gedomineerd wordt door de socialisten en hun liberale coalitiepartner. De stad is het politieke waterhoofd van het land, het centrum waar macht, werkgelegenheid en geld samenkomen. Tegelijk is het in de ogen van veel PPKE-studenten een stad waar ze niet zouden willen wonen. Boedapest is vies en druk, maar bovenal missen de studenten uit kleinere plaatsen de rust en de ruimte van een doorsnee Hongaars dorp waar vrijwel alle huizen vrij staan en een tuin hebben. Bernadett uit Egerszalók eet groenten uit de moestuin van haar ouders en drinkt wijn die in de regio wordt verbouwd. Nóra uit Mosonszentmiklós prijst de sociale samenhang in haar dorp en Mária uit Bölcske spreekt enthousiast over de vriendschappen en de jaarlijkse dorpsdag.
 
Grote mate van centralisatie
Het Hongaarse platteland telt talloze dorpen met tussen de 10 en 10.000 inwoners waar in westerse ogen de tijd heeft stilgestaan. Weliswaar worden de zandwegen langzaam bestraat, maar het houden van kleine dieren – variërend van honden en katten tot konijnen, eenden en varkens – is er nog steeds gebruikelijk. Nog wijder verbreid is het verbouwen van groente en fruit in eigen tuin. Maar ook hier dringt de buitenwereld binnen. Afval mag niet meer verbrand worden, er gelden bouwvoorschriften voor varkensstallen en eenden mogen niet meer worden gevoed met zelf verbouwde maïs. Daarnaast kan ook Hongarije zich niet meer onttrekken aan de gevolgen van Europese marktwerking. De vleesprijzen zijn gekelderd en veel dorpsbewoners zijn genoodzaakt in de stad te gaan werken. Voor de traditioneel goed ontwikkelde druiventeelt gelden sinds de toetreding tot de EU nu vastgestelde quota.
Kaart plaatsnamen - Lodewijk Smoor
Ook de Hongaarse overheid laat de dorpen niet ongemoeid. Zo wordt er flink gesnoeid in de overheidsdienstverlening. Kleine dorpen kunnen niet meer standaard op een school of een streekziekenhuis rekenen. De Hongaarse spoorwegen voerden in 2007 een gevoelige prijsverhoging in en kondigden de sluiting van dertien plattelandslijnen aan, samen goed voor 695 kilometer spoor. Studenten liepen te hoop tegen het feit dat naar huis gaan in het weekend erg duur werd en demonstreerden tegen de hogere collegegelden. Het mocht niet baten. De regering Gyurcsány wil koste wat het kost de geschiedenis ingaan als succesvolle hervormer, en niet als een club van incapabele leugenaars.

Al deze veranderingen hebben hun uitwerking op het conservatievere deel van de bevolking niet gemist. Na de woede-uitbarstingen rond de leugens van de socialistische premier Gyurcsány en de uit de hand gelopen viering van de Hongaarse opstand (zie het artikel van Herman Hoen, Donau 2007/1) slaat nu een apathische vorm van berusting toe. De socialisten van Gyurcsány bezitten de macht. In de meeste grote steden (behalve Gyõr en Debrecen) en in het armere zuidoosten zwaaien zij de scepter. FIDESZ, de conservatieve partij van de kleine burgerij en het platteland, kan in de oppositie geen vuist maken tegen premier Gyurcsány. Door de grote mate van centralisatie werkt het bewind van Gyurcsány ook door in de steden en dorpen met FIDESZ- burgemeesters. De FIDESZ-aanhang op het platteland is het absoluut niet eens met het regeringsbeleid, maar voelt zich machteloos. Hun wensen voor scholen en ziekenhuizen worden nauwelijks gehoord en extra gelden worden uitsluitend langs partijpolitieke lijnen verdeeld.

Zo is in Dunaharaszti, een stadje met 18.000 inwoners onder de rook van Boedapest, onder de socialistische burgemeester de subsidie voor de verschillende kerken sterk verminderd en berichten de lokale media eenzijdig over de successen van het gemeentebestuur, bijvoorbeeld op het gebied van het ouderenbeleid. Gepensioneerden zijn bij de laatste verkiezingen in 2006 ontdekt als zwevende kiezers die de socialisten aan een meerderheid kunnen helpen. Omdat hun pensioenen nauwelijks toereikend zijn, zijn ze gevoelig voor extraatjes van het gemeentebestuur in de vorm van toelagen en buurtactiviteiten. Dat deze praktijk niet alleen bij socialisten voorkomt, bewees de FIDESZ tijdens haar regeerperiode van 1998-2002. Ook zij gebruikten hun positie om hun stempel op de geschiedenis te drukken onder meer met de opening van het Terror Háza (Zie het artikel van Stefan van der Poel in Donau 2006/1) en stimuleerden in tegenstelling tot de socialisten wel de levensbeschouwelijke instellingen zoals bijvoorbeeld door steun aan de PPKE. Gelovigen hadden door het communisme een diepgeworteld wantrouwen tegen hun socialistische opvolgers zodat zij de natuurlijke achterban werden van de FIDESZ.  

Tweeslachtigheid
Gevraagd naar haar eigen toekomst denkt Nóra dat ze ondanks de beduidend lagere lonen waarschijnlijk terugkeert naar Mosonszentmiklós. Zij ziet de huidige ontwikkelingen niet als negatief, al is de plaatselijke pálinka-fabriek dan wel gesloten. De open grens heeft Oostenrijk dichterbij gebracht en het dorp profiteert van de goede infrastructuur tussen Wenen en Boedapest. Ook zijn er buitenlanders die de oude huizen in het dorp kopen en opknappen, terwijl Hongaren er vaker de voorkeur aan geven oude huizen af te breken en nieuwe te bouwen.

Bernadett ziet nauwelijks nadelen in het EU-lidmaatschap. De enige kans voor de wijnregio rond haar dorp Egerszalók om te overleven is het buitenlandse toerisme, waarbij naast de wijn en de natuur de nabijgelegen thermale baden een extra troef zijn. De bordjes “Zimmer frei” getuigen van ondernemerszin bij het deel van de lokale bevolking dat niet naar de stad trok.. In veel andere dorpen vertrekken de jongeren en blijft de oudere generatie achter waardoor de basis voor tal van voorzieningen wordt uitgehold.

Bij Piliscsaba - Foto: Lodewijk SmoorVoor Mária uit Bölcske is de situatie minder rooskleurig. Europese regels stellen nieuwe eisen aan het landbouwbestaan. Bovendien is de streek rond Bölcske arm en valt er economisch van de zuidelijke buurlanden Kroatië en Servië, die beide nog niet tot de EU behoren, niet veel te verwachten. Voor werk is ze aangewezen op de stad. Vanwege haar onzekere economische situatie zal ze voorlopig geen kinderen krijgen, iets wat voor haar traditioneel agrarische familie moeilijk te begrijpen is. Ze zal financieel en mentaal op eigen kracht haar toekomst buiten het dorp moeten zoeken. In tegenstelling tot Nóra en Bernadett ontbreekt het haar namelijk niet aan de wil om naar Boedapest te gaan. Bij veel plattelandsbewoners is echter sprake van een zekere tweeslachtigheid. Men geniet van de buitenlandse vakantie die mogelijk werd door “Schengen” en van de goedkope vliegtuigtickets, maar men kan zich tegelijkertijd niet voorstellen in een grote stad als Boedapest te wonen waar andere waarden gelden dan in de eigen dorpsgemeenschap. Laat staan dat ze in het buitenland gaan wonen. Illustratief is het aantal werkvergunningen voor Hongaren in Nederland. Dat cijfer bedroeg in 2006 volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een schamele 347, terwijl Polen goed was voor ruim 60.000 vergunningen. 

Zelfmoord en alcoholisme
Waar de vooruitzichten voor de jongere generatie op de langere termijn waarschijnlijk nog positief zijn, ziet de toekomst van de oudere generaties er minder rooskleurig uit. In Dunaharaszti is de meervoudig afgestudeerde boekhouder Károly (50) al meer dan een jaar op zoek naar werk. Hij verdient nog wel iets bij bij zijn oude werkgever en overleeft op kleine opdrachten uit het dorpsnetwerk. Zijn situatie is exemplarisch voor veel generatiegenoten die hun carrière begonnen zijn onder het communisme. Naarmate de ontwikkelingen in het bedrijfsleven steeds sneller gaan en de overheid verder afgeslankt wordt, zijn zij de eersten die hun baan verliezen. Dit leidt tot onbegrip, woede en in de meest gunstige gevallen tot berusting. De in Europees verband hoge percentages voor zelfmoord en alcoholisme in Hongarije spreken echter boekdelen.

Erzsébet (47) is zelfstandig apotheker in Dunaharaszti en kostwinner ziet haar nering bedreigt door de liberalisering van de markt voor medicijnen die in Hongarije nog volledig in handen van de apotheken is. Verder drukt de Hongaarse bureaucratie zwaar op kleine ondernemers in vrije beroepen. Diegenen die zich bedreigd voelen zijn vaak geneigd zich van de socialistische – maar in feite marktliberale – regering en de EU af te wenden. De onzekerheid over het bestaan maakt de bevolking gevoelig voor beloftes van politici die een betere toekomst beloven met minder lasten. Dit heeft een klasse politici opgeleverd die deze beloftes graag doet, maar ze niet waarmaakt. Het desastreuze gevolg is een vicieuze cirkel van onbetrouwbare, sterk polariserende politici en een bevolking die door pessimisme bevangen wordt. Vooral in de kansarme gebieden op het platteland ver van het centrum van de macht.

De jongere generatie van Mária, Nóra en Bernadett twijfelt nog over haar toekomstkansen. Enerzijds worstelen ze met hun sociale achtergrond en bijbehorende waarden, anderzijds profiteren zij van de mogelijkheden die onderwijs en Europese integratie bieden. Veel zal afhangen van eigen initiatief en de capaciteiten van de regering. Bieden Gyurcsány c.s. in een tot op het bot verdeeld land kansen aan alle Hongaren of laten ze zich uitsluitend leiden door partijpolitieke overwegingen belast met het communistische verleden? Wat dit laatste betreft belooft de huidige gepolariseerde situatie niet veel goeds. Aan de andere kant mag de snelheid van de ontwikkelingen in Midden- en Oost- Europa niet onderschat worden. Wie zou hebben voorspeld dat 18 jaar na de val van het communisme tal van Midden- en Oost-Europese landen tot de EU zouden behoren, zou begin jaren ´90 niet serieus zijn genomen. Als de bevolking en de politiek zich blijvend aanpassen, ligt de weg naar volledige integratie met West- Europa ook voor Hongarije open. 


Dit artikel verscheen eerder in Donau, tijdschrift over Zuidoost-Europa en is met toestemming van de auteur op deze site geplaatst. Het artikel is auteursrechtelijk beschermd en met toestemming van de auteur op Hongarije Vandaag geplaatst.
   
>>>> Eerder verschenen in  Tijdschrift Donau 
>>>> Auteur   Lodewijk Smoor 


Biography
Lodewijk Smoor (Pijnacker 1977) has a Masters degree in European Studies and Political Science from the University of Amsterdam and a Bachelors degree in German from the Free University of Amsterdam. His double Master thesis was titled ‘Unity in Diversity. Belgium and Denmark in the EU. An explanation of opposite positions from the perspective of political culture and national identity’ (2002). Besides his studies, he also took part in language and culture courses at the universities of Pécs, Valladolid, Debrecen and Warsaw. As part of his interest in political culture, the EU and International Relations he participated in international seminars at the Universidad de Complutense in Madrid and Adam Mickiewicz University in Poznan. After he finished his studies, Lodewijk Smoor worked for the Dutch ministery of Education. He is currently working as a staff member for the Dutch Senate in The Hague.

Gerelateerde artikelen

Facebookgroepen Hongarije Nederlandstalig

Hieronder ziet u een overzicht van verschillende facebookgroepen van Nederlanders, Belgen en Hongaren die met elkaar communiceren in de Nederlandse taal maar ook in het Hongaars of het Engels. Staat er een facebook-groep niet bij? Stuur uw tip naar:

Nederlandse Ambassade in Hongarije             Wie woont waar in Hongarije            Boekendag Boedapest
Belgische Ambassade in Hongarije   Wonen en leven in Hongarije   Studentenvereniging Hongarije
Hungarian Business Network Nederland   Hongaars-Vlaamse club   KRE Boedapest Neerlandistiek
Nederlandse Vereniging in Hongarije   Stichting Kinderhulp Hongarije    ELTE Boedapest  Neerlandistiek 
Nederlanders en Belgen in Hongarije   Stichting Rex dierenwelzijn Hongarije    Universiteit Debrecen Neerlandistiek
Belgen in Hongarije    Marktplaats Hongarije   Hungária Club 1929
Hongarije Groep   De Hongaarse Taal   Wonen en reizen in Hongarije